Licht, lucht én kansen voor eikenhakhout

Eikenhakhout. Landgoed Sterkenburg heeft nog 7 hectare. Bijzonder, als je weet dat er in de provincie Utrecht totaal nog slechts zo’n 20 hectare te vinden is. Hoewel goed bereikbaar en vrij toegankelijk, ligt het hakhoutperceel toch een beetje verstopt. Verbetering van de toegankelijkheid staat op het verlanglijstje voor deze winter. Landschapsbeheerploegen Utrecht maakte deze zomer een begin met het voor hakhout voortdurend noodzakelijke onderhoud.

Eikenhakhout is een al in de middeleeuwen voorkomende vorm van bosbeheer. De stammetjes werden eens in de 10 tot 15 jaar laag afgezaagd. In de 19e eeuw was eikenhakhout wijd verbreid. Naar schatting was driekwart van het Nederlandse bos hakhoutcultuur. Het hout diende veel doeleinden. Vooral de  bast was gewild om er run uit te winnen voor de leerlooierijen De resterende stammetjes dienden als gebruikshout (geriefbosjes) of brandhout. Andere looistoffen en chemische stoffen maakten de run overbodig. Een afname van het eikenhakhout  was het gevolg. Afgezien van een kleine opleving tijdens de wereldoorlogen werd het steeds minder. Jammer, want naast de cultureel historische waarde heeft eikenhakhout een hoge biodiversiteit. Vanaf 2007 werden er zelfs eikenhakhoutbrigades opgericht.

Bezint eer ge begint. De werkelijk bestaande Hakhout-info site (http://www.hakhout.info/) geeft een aantal redenen om er niet aan te beginnen. Niet in het minst vanwege de hoge kosten, het is een erg dure vorm van bosbeheer want enorm arbeidsintensief. Zelfs met subsidies nauwelijks rendabel.  Zware machines maken teveel kapot. Eigenlijk is hakhoutbeheer alleen mogelijk met veel vrijwilligers.

Landgoedeigenaresse Pauline Rengers kreeg de tip om te gaan praten met Landschapsbeheerploegen Utrecht.  Deze zomer gingen verschillende ploegen een aantal dagen aan de slag. Alleen de drie E’s mochten blijven staan; Eik, Es en Els.

Onze eerste indruk was ernstig achterstallig onderhoud. De bijgevoegde foto, gemaakt in 2013, weerspreekt dat. Er is hier sprake van broekland, dus drassig. Een uitbundige dichte groei van wilg, berk, vogelkers, maar ook van sleedoorn en meidoorn is het gevolg.  De invasie  van deze snel groeiende bomen maakt het gebied niet alleen haast ontoegankelijk, het maakt ook dat de stobben nauwelijks kans maken voldoende uit te groeien. Het idee was dan ook om eerst de indringers weg te halen, waarna de stoven weer goed uit kunnen lopen. De dichte begroeiing maakt dat je al snel vastloopt in je eigen zaagwerk. De eerder afgezaagde meidoorns zijn inmiddels weer breed uitgegroeid en vormen een haast onneembare hindernis. De droge zomer maakte wel dat er met droge voeten gewerkt kon worden. In een natte zomer zou de klus haast onmogelijk zijn geweest.

We spraken Pauline Rengers in de nazomer, inmiddels met de ervaring van deze titanenklus. Waarom zou je het willen en moet je het wel willen? Haar antwoord luidde zeer resoluut: ‘Hier is sprake van een echt cultureel belang. Mijn overover-, over- en grootouders op Kasteel Sterkenburg vulden de kachels met dit hakhoutbos. We hebben het al zolang volgehouden, dit moeten we doorzetten. Het hout wordt nog steeds gebruikt om ons huis mee te verwarmen. Dus naast een landschappelijk belang van de biodiversiteit is er ook nog het belang van bio-energie. Voor de liefhebbers, de houtproductie van hakhout bedraagt zo’n 3 tot 4 kuub per hectare per jaar.’

Deze zomer is er veel gepuft en gezucht door de vrijwilligers van de Landschapsbeheerploegen. De hoge temperaturen speelden daarbij zeker een rol . Dit najaar gaan we andermaal aan de slag om ook in het laatste perceel het hakhout vrij te stellen van indringers en concurrerende bomen. Alles om het hakhout weer licht, lucht en daarmee kansen te geven.