Grondige opknapbeurt historisch veengebied

De Tienhovense Plassen liggen ten zuidoosten van de Loosdrechtse Plassen. In het authentieke landschap van moeras en moerasbos is het oude verveningspatroon nog herkenbaar. De Tienhovense Plassen zijn belangrijk voor weide-, water- en moerasvogels. Zo broeden er zeldzame broedvogels als de roerdomp en zwarte stern. Weidevogels als grutto, tureluur, watersnip bevolken het gebied. En in het bos leven dassen, hermelijnen, en eekhoorntjes. Daarnaast heeft het gebied een zeer rijke vegetatie. Bijzonder zijn de planten die gebonden zijn aan kwelwater zoals krabbenscheer, waterviolier, holpijp, waterdrieblad en blaasjeskruid. Deze zomer was er een lange periode van droogte, maar de trilvenen zijn nat gebleven.

Helaas groeit in het veengebied ook jonge houtopslag van diverse bomen, een doorn in het oog van beheerder Natuurmonumenten die de Tienhovense Plassen in 2017 heeft aangekocht. Om het gebied van deze ‘wildgroei’ te vrijwaren, deed Natuurmonumenten een beroep op Landschapsbeheerploegen Utrecht.

‘Een ploeg vrijwilligers zíet de jonge boompjes en zorgt bovendien voor weinig verstoring’, vertelt Warner Reinink, coördinator Natuurbeheer in het Vechtplassengebied. ‘Bereklauw en duizendknoop worden machinaal verwijderd. Door het machinaal afplaggen verdwijnt echter circa 20 à 30 centimeter van de bovenlaag. Daarom is de behoedzame bijdrage van vrijwilligers in het landschap onmisbaar. Zo waren tijdens het trekken van opslag oude sporen van turfsteken te zichtbaar.’

In het beheer wordt samengewerkt met Staatsbosbeheer, Waterschap Amstel Gooi en Vechtstreek en Waternet. Zo zorgt Waternet voor ecologisch gezond water. Omdat er vanaf 2019 een 1 peilvak is kun je het waterpeil voor het hele gebied aanpassen. Het gebied wordt deels ingericht met subsidie uit Europa, ‘Circa 75 % van de beheersubsidie komt van de provincie’, aldus Warner Reinink. Het maaien en afvoeren is eigenlijk een oud boerengebruik.

‘Dit maakt ons afhankelijk, want we willen natuurlijk ’t liefst een duurzame garantie. Met een beperkt budget is telkens de vraag: hoe zet je dat zo effectief mogelijk in? Mede daarom werken we met een groep van circa 160 eigen vrijwilligers die meestal ‘s winters actief zijn. Vanwege de explosie van houtopslag in de zomermaanden, kreeg natuurherstel in het veengebied hoge prioriteit. LBPU heeft daar een goede bijdrage aan geleverd. Mogelijk zullen we in de toekomst nogmaals een beroep doen op deze ploegen.’