DE TANGH: JONGE TELG VAN DE LUSTWARANDE

Huis De Tangh

Landgoed De Tangh in Rhenen is een verborgen pareltje van de Stichtse Lustwarande. Vorig jaar werd Landschapsbeheerploegen Utrecht ingeschakeld. Een overvloed aan snoeihout, gerooide struiken en takken bezorgden het bos achter het woonhuis een welhaast verwaarloosd beeld. Daarnaast was er een invasie van Prunus en Esdoorn opslag. Een grondige opruimactie bleek onontkoombaar. Een mooie klus voor ploeg Oost. Vrijwilliger Rimmert Mulder vertelt.

Het 16,5 ha grote landgoed De Tangh ligt op de zuidrand van de Utrechtse Heuvelrug en ten zuiden van natuurgebied de Lijster Eng met de toppen van de Thymse Berg. Ten zuidoosten van het landgoed ligt de Donderberg. Een jaar na de klus besluit ik de eigenaar Stef van Doesburg op te zoeken. Hoe kijkt hij terug op de samenwerking, tevens zijn eerste kennismaking met LBPU? En heeft ons opruimwerk blijvend effect? Bovendien ben ik benieuwd naar wat iemand beweegt om een landgoed te willen hebben zonder erfelijk belast te zijn.

Omdat ik een beetje te vroeg ben, benut ik de tijd om eerst nog even over het landgoed te lopen. Ons werk is niet voor niets geweest. Het ligt er heel goed bij. Gewoon leuk om de resultaten van je werk terug te zien en ook om te constateren dat het echt resultaat heeft gehad. Er bekruipt mij een tevreden gevoel. Een gevoel dat ook de opdrachtgever moet hebben gehad toen hij LBPU benaderde voor een tweede opdracht ten behoeve van de historische tuin van Rijksmonument Berghuis in Naarden. Maar nu eerst De Tangh.

De oprijlaan inlopend kom ik langs een levendige en druk bewoonde dode boom. Een komen en gaan van bijen verraadt dat een bijenvolk er zijn intrek heeft genomen. Later verneem ik, alweer voor het achtste jaar. Het hooggelegen woonhuis is gebouwd in een elegante Kaapse stijl. Wat meestal de achterzijde vormt, is bij De Tangh het vooraanzicht en gericht naar de Neder-Rijn. De ingang bevindt zich aan de achterzijde en is heuvelopwaarts gericht. Om destijds het huis te kunnen bouwen is een enorme hap uit de berg gegraven om zo een vlakke bouwplaats te maken. Een robuuste rondlopende keermuur, die bij menige vesting niet zou misstaan, beschermt het huis. Niet zozeer tegen indringers als wel tegen mogelijk schuiven van de berg.

Een argwanende maar niet onvriendelijke Oud Duitse herder heet mij welkom. Ik bel aan en even later zit ik met Stef van Doesburg aan een grote werktafel met een imponerend uitzicht over het Rijndal. Ik begin maar gelijk met de vraag die mij het meest bezighoudt. Waarom verwerft iemand een landgoed? Van Doesburg komt niet uit een geslacht van landgoedeigenaren. Grootvader handelde in zand en grind, vader had een boomkwekerij. Geen stilzitters dus, maar ondernemende types én affiniteit met natuur, grond en oorspronkelijk werkzaam in de omgeving van Rhenen. Kortom, geen erfelijke belasting maar wel een zekere vorming in het DNA.

Huize De Tangh is een echt woonhuis en ook nog steeds zo in gebruik. Een box en Dick Bruna leesboekjes kondigen de volgende generatie bewoners al aan.  De meeste huizen van de Lustwarande dateren uit de 18e eeuw. Huize de Tangh is echter pas in 1927 gebouwd. Niettemin wijkt het voor het oog niet af van de oudere huizen. Is het de bouwstijl of zou het komen omdat materialen van het 17e eeuwse paleis van Frederik van de Palts – wat ooit naast de Cunerakerk stond – zijn gebruikt?

Stef van Doesburg neemt mij mee naar de woonkamer waar een imposant museaal schilderij hangt met daarop de skyline van de Utrechtse Heuvelrug en Rhenen zoals het was in 1700. Het schilderij, ooit in bezit van Paul Getty, toont een kaal landschap en de scherpe contouren van de Grebbeberg. De bebossing is daarna met de komst van de buitenplaatsen pas gerealiseerd. Van Doesburg legt een boekwerk uit de 18e eeuw op tafel waarin de eisen staan beschreven waaraan moet worden voldaan om een landgoed te stichten. De Tangh voldoet aan vrijwel alle.

De vraag dringt zich op: Waarom is op deze plek pas zo laat een landgoed gerealiseerd? Want het zou tot 1920 duren voordat huisarts William Waller besluit dit gebied te kopen en er te gaan bouwen. Eerst een jachthut, later een woonhuis. Hij moet een geniale blik voor de locatie hebben gehad; ingeklemd tussen twee smeltwater dalen, vandaar de naam De Tangh. Een bosrijke omgeving en een fenomenaal zicht op de Neder-Rijn. Tot 1971 is De Tangh bewoond geweest door de oprichter en daarna tot 1994 door zijn dochter.

In 2004 heeft Van Doesburg het landgoed kunnen verwerven. De familie wilde er wel vanaf. Er waren kapers op de kust met diverse plannen. Uiteenlopend van een casino tot een letterlijke invulling van het begrip lust in dit deel van de Lustwarande. Het werd Van Doesburg  gegund. Het gegeven dat hij de woonbestemming wilde handhaven en het landgoed voor de toekomst wilde bewaren zal daar zeker aan hebben bijgedragen. Het landgoed heeft een NSW status en is dus toegankelijk voor publiek. Dat geldt niet voor het woonhuis. Vrijwilligers van de Landschapsbeheerploegen komen dikwijls op plekken die voor anderen gesloten blijven. Ik had het voorrecht om met een, zoals hij dat zelf verwoordde, bevoorrecht mens te mogen praten. Bevoorrecht maar ook vastbesloten het landgoed met zorg te beheren om het door te kunnen  geven aan een volgende generatie.

De eerste acte dateert van 30 december 1920.  Over anderhalf jaar, 100 jaar later, moet er een boek liggen waarin het ontstaan van het landgoed is gedocumenteerd. Misschien krijgen we dan het antwoord op de vraag waarom pas in de 20 eeuw op deze plek is gebouwd. Maar wacht niet op het boek en maak een wandeling over het landgoed. Het ligt er prachtig bij. Vorm je een beeld van hoe het er ooit uitzag en vraag je af waarom deze prachtplek zolang verborgen is geweest en eigenlijk nog steeds is. (RM)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *